Te weinig zorg
Nog steeds krijgen niet alle kraamgezinnen de zorg die nodig is.
Ondanks de inspanningen van de NBvK, de werkgevers, verzekeraars en het ministerie zijn er nog steeds mensen in Nederland die niet de zorg krijgen die ze nodig hebben en waar ze volgens de wet recht op hebben. In de kranten en op de televisie waren ook afgelopen weken weer berichten over de tekorten aan kraamzorg.
Het is moelijk om een exact overzicht te krijgen om hoeveel mensen het gaat en waar zij wonen. Ook weet niet niemand hoe lang die drukke zomerperiode eigenlijk duurt.
Deze informatie zou bekend moeten zijn bij de zorgverzekeraars. Immers zij ontvangen de rekeningen van de kraamzorgorganisaties en de NBvK neemt aan dat daar ook het geïndiceerde aantal uren bij genoemd staat (indicatieformulier) en dat ook het door de kraamvrouw ondertekende formulier waar op staat hoeveel uur op welke dagen gegeven zijn, bijgesloten is (het urenregistratieformulier). Waarvoor werken we anders met een indicatieprotocol en een urenregistratieformulier waarbij ieder uur zorg dat we geven verantwoord wordt? We gaan er van uit dat niet enkel de kraamverzorgende alle informatie registreert en administreert maar dat deze gegevens ook verwerkt worden bij de uiteindelijke verantwoordelijke zorgverzekeraar zodat er bekend is of alle zorg die nodig is georganiseerd, betaald en gegeven kan worden. Dat heet transparantie.
Kwaliteit kan pas gegeven worden, conform het indicatieprotocol, bij minimaal 44 uur (indien de baby flesvoeding krijgt) of 49 uur (indien de baby borstvoeding krijgt) verdeeld over 8 tot 10 dagen. Pas als we weten hoeveel uur er geïndiceerd is en hoeveel uur er gefactureerd is, kunnen we een beetje een indruk krijgen van hoeveel zorg er niet gegeven kan worden terwijl dat wel had gemoeten in het kader van de kwaliteit. Indien er 24 uur gegeven wordt of maar 3 uur per dag dan kan er volgens het indicatieprotocol niet de minimum kwaliteit geboden worden. Gewoon omdat er onvoldoende tijd is. Veel gezinnen krijgen toch maar 3 uur per dag, soms omdat ze het zelf willen (vaak heeft het te maken met eigen bijdrage, die hoeft namelijk vaak niet betaald te worden indien er maar 24 uur kraamzorg afgenomen wordt), soms omdat ze het niet nodig vinden. Maar vaker omdat er gewoon niet meer zorg is. De kraamverzorgenden zijn dan op.
Indien er zich complicaties voordoen of het herstel van moeder en baby verloopt niet voorspoedig dan kan er tot maximaal 80 uur bij worden geïndiceerd. Indien er uren bijgeïndiceerd worden, dan is er altijd sprake van complicaties, de borstvoeding is niet op gang, de moeder herstelt niet goed van de bevalling, de baby heeft extra zorg nodig etc. Door het enkel registereren van de uren weet je nog niet of er ook tijdig en goed is bijgeïndiceerd. Ons bereiken berichten dat verloskundigen enkel bij indiceren wanneer ze weten dat de zorg ook geleverd kan worden. De Inspectie geeft in haar laatste rapport aan geen inzicht te hebben of de zorg die wordt bijgeïndiceerd, ook gegeven wordt.
Kraamvrouwen die geen of onvoldoende zorg krijgen, stappen soms naar de krant. Of naar een televisierubriek. Zij voelen zich in de steek gelaten en willen aandacht vragen voor het onrecht dat zij ervaren. De NBvK steunt deze vrouwen en hun gezinnen. Wij zullen dus ook nooit zeggen dat het wel meevalt met de tekorten in de kraamzorg zolang wij in de praktijk nog steeds zien, ervaren en meemaken dat pasbevallen vrouwen en hun gezinnen inderdaad te weinig zorg krijgen.
