maatschappelijk belang
Kraamzorg is opgenomen in het basispakket van alle zorgverzekeraars door de Zorgverzekeringswet en wordt dus volledig(*) vergoed. Daarmee wordt kraamzorg feitelijk erkend als noodzakelijke zorg. Het is dus het recht van alle Nederlandse verzekerden om kraamzorg te krijgen, zonder belemmeringen.
Het is de uitdrukkelijke keuze van de Nederlandse overheid om het unieke verloskundige systeem dat ons land kent, te stimuleren. Vrouwen kunnen er voor kiezen om thuis te bevallen, waardoor de baring niet onnodig gemedicaliseerd wordt en de kosten voor de samenleving gedrukt worden.
De visie van de NBvK ligt in het verlengde hiervan. Wij gaan uit van wat mensen wel kunnen na een bevalling en ondersteunen daar waar ze even hulp nodig hebben. Dankzij onze praktische ondersteuning, adviezen op maat en adequate verwijzingen zijn de ouders sneller fysiek hersteld en vol zelfvertrouwen, klaar om de zorgtaken en de opvoeding van hun kind op te pakken. Het is onze overtuiging dat door goede en voldoende kraamzorg het ziekteverzuim onder ouders en aanspraken op (duurdere) hulpverlening worden beperkt.
Kortom: kraamzorg werkt preventief (medisch en sociaal-psychisch), zowel op individueel niveau als op maatschappelijk niveau. Dit levert op termijn een flinke maatschappelijke kostenbesparing op. Voorwaarde is wel dat de geleverde kraamzorg van hoog kwalitatief niveau is en hier spant de NBvK zich dan ook voortdurend voor in.
(*) met uitzondering van een eigen bijdrage per uur (3,90 euro in 2009) die soms vergoed wordt als je aanvullend verzekerd bent. Deze eigen bijdrage druist volgens de NBvK in tegen het basisrecht op kraamzorg, die zonder drempels toegankelijk moet zijn voor elk gezin. De eigen bijdrage dateert uit de tijd dat er nog geen indicatieprotocol was waarmee het aantal zorguren wordt vastgesteld waar een gezin recht op heeft. Nu dat wel het geval is, is de drempel van een eigen bijdrage ons inziens overbodig. De NBvK heeft als ideaal dat de hele kraamweek lang 5 tot 8 uur kraamzorg per dag gegeven wordt. Bij-indiceren kan nu enkel de verloskundige doen terwijl dat ons inziens ook door de kraamverzorgende in samenspraak met het gezin mogelijk moet zijn.
